Vroeger droeg het hele Eldense gebied overwegend een agrarisch karakter. Met name de fruit- en tabaksteelt namen een grote plaats in. De Eldense Blauwe is een beroemde pruim.
De eerste vermelding van het gebied in oorkonden stammen uit 814\815 toen het klooster Lorsch in de Middeleeuwen bezittingen kreeg in het nabij Elden gelegen Meginhardiswich (het huidige Meinerswijk?) In 855 kwam het klooster in het bezit van goederen in Elden. Ook de Praets (of Praest) wordt al heel vroeg genoemd bij schenkingen aan de kerk te Utrecht in 824.
Veel eerder al waren de Romeinen actief in het Eldense. Op een Middeleeuwse kopie van een Romeinse wegenkaart, vinden we Castra Herculis, aan de Rijn gelegen. Dit was een Castellum dat als fortificatie deel uitmaakte van de verdedigingslinie van de Romeinen.
Meginhardswich wordt genoemd als een plaats die bij de invallen van de Noormannen, in 874, is verwoest. De door Meinerswijk lopende Meginhardweg herinnert ons aan de verdwenen nederzetting.

Natuurlijk is een heel belangrijk onderdeel van de Middeleeuwse geschiedenis de historie van de kerk. De vroegste vermelding van de Eldense kerk, die aan Bonifatius was gewijd, vinden we in archieven uit 1359. Vanaf 1395 Komt de kerk voor op de kerkenlijst van de Domfabriek in Utrecht. Elden draagt bij aan de bouw van de Domkerk aldaar.
Veel van de kerkgeschiedenis is verloren gegaan, maar wel zijn de toren en het missaal bewaard gebleven.Het missaal bevindt zich in de Koninklijke bibliotheek te 's Gravenhage.
Uit archieven blijkt dat de kerk nogal wat grondgebied van Elden in bezit had.

Al in de Middeleeuwen (1310) zijn er plannen tot de aanleg van een waterverbinding tussen Arnhem en Nijmegen. Toen is van de uitvoering niets gekomen. Later hebben Karel van Gelder (1534) en rentmeester Crammaye (1580) het nog eens geprobeerd. Pas in 1607 is de zogenaamde Grift(zie foto links) tot stand gekomen. Elden was nauw bij de ontwikkeling betrokken, de Grift liep dwars door het dorp. de aanleg veroorzaakte voor de aanliggende landerijen veel afwateringsproblemen. Er kwamen verzoeken om de Grift weer te dempen. De bevolking ging tot actie over en legde een dam in de waterweg. Burgervendels uit Arnhem en Nijmegen kwamen in het geweer om het weer op te ruimen.
In 1718 was de verzanding van de Grift al ver voortgeschreden, tot in 1741 de vaarweg geheel onbruikbaar werd. De Grift ging failliet en de Provinciale rekenkamer nam kanaal en dijk over. Op de noorderlijke oever werd een weg aangelegd die we nu nog kennen als de Rijksweg. In Elden vindt men op verschillende plaatsen nog restanten van de Grift terug.

De Praets wordt in 1445 de vestiging van een Claerbank. Dit is een rechtbank waar men in hoger beroep kon gaan. Dit gold voor de gerichten (rechtbanken) Bemmel en Elst.
Bij de Praets lag vanaf 1603 een schipbrug (zie foto rechts). daardoor was de Praets een belangrijke schakel in de verbinding van Arnhem met plaatsen in de Over betuwe en met Nijmegen. De latere Betuwse stoomtram vond er zijn begin-en eindpunt. Overslag van goederen van schip op tram of omgekeerd vond hier plaats. De schipbrug is in gebruik gebleven tot in 1935, toen werd de vaste brug over de Rijn geopend. Nadat deze op 10 mei 1940 werd opgeblazen, is de schipbrug weer teruggekomen en heeft tot de septemberdagen van 1944 gefunctioneerd.

Vaak is het gebied van de Over Betuwe getroffen door dijkdoorbraken en daarmee gepaard gaande overstromingen. In 1807 was in café het Zwaantje (later de Engel) een magazijn voor hulpgoederen bij noodgevallen ingericht. Toen maakte de bevolking al kennis met evacuaties.
Er zijn door overstromingen kolken onstaan, die men Wielen noemt. Het bekendste wiel is de kolk in park Westerveld.
Aan de buitenzijde van de Drielse dijk vindt men een hofijzervormige waterpartij. Dit hoefijzer is een overblijfsel van een aarden Fort dat in 1865/1866 deel uitmaakte van een verdedigingslinie.
Al in 1874 is deze weer gesloopt, evenals de naoorlogse linie. Door bij Meinerswijk de Rijn af te sluiten door potons te laten zinken en daartegen zand te spuiten, kon het oostelijk deel van de Over-Betuwe onder water worden gezet. Langs Rijksweg 52 Arnhem-Nijmegen, ligt ter hoogte van Elden een dijk die in ditzelfde defensiesysteem een taak had. In 1963 is deze Rijn-Waal-IJssellinie opgeheven.
De Defensiedijk is ter hoogte van de Laar getransformeerd in het Jubileumpark ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van de stad Arnhem.